jeugdvriend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jeugd·vriend
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jeugdvriend jeugdvrienden
verkleinwoord jeugdvriendje jeugdvriendjes

Zelfstandig naamwoord

jeugdvriend m [1]

  1. een vriend van iemand toen die persoon nog jong was, vriend van vroeger
    • Merah zelf was na elf dagen terreur in een vuurgevecht met de politie om het leven gekomen, maar in de wijk woonden nog wel jeugdvrienden. Ibn Ziaten sprak ze op straat aan om te achterhalen waar de moordenaar van haar zoon had gewoond. „Ze moesten lachen en wezen naar een gebouw achter ze”, vertelt ze. „‘Mohamed Merah’, zeiden ze, ‘is een martelaar, een held van de islam. Hij heeft Frankrijk dagenlang op de knieën gekregen.’ Ik was verbijsterd en vroeg of ze wisten wie ze voor zich hadden. Toen ik uitlegde dat ik de moeder van het eerste slachtoffer van hun held was, begonnen ze zich te verontschuldigen. ‘Als Mohamed had geweten dat uw zoon moslim was, dan had hij zoiets nooit gedaan’, zeiden ze. Ik probeerde uit te leggen dat dat geen verschil zou moeten maken, dat je niet iemands leven afneemt, of hij nou christen, jood of moslim is.” [2] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Peter Vermaas 19 december 2016