jeep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jeep
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘legerauto’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1944 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord jeep jeeps
verkleinwoord jeepje jeepjes

Zelfstandig naamwoord

jeep m

  1. terreinwagen, een voertuig dat speciaal geschikt is om door ruig terrein te rijden
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen