jednat
Uiterlijk
- jed·nat
- Afgeleid van het telwoord jeden
jednat imperfectief
- handelen; doen, uitvoeren
- «Nemohl jednat taktně.»
- Ik kon niet tactvol handelen.
- «Nemohl jednat taktně.»
- behandelen; debatteren, discussiëren, bespreken
- «Jednali o návrhu celou noc.»
- Zij behandelden het voorstel de hele nacht.
- «Jednali o návrhu celou noc.»
- omgaan, behandelen
- «Jedná s ním jako s klukem.»
- Hij behandelt hem als een (kleine) jongen.
- «Jedná s ním jako s klukem.»
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| eerste persoon | jednám | jednáme | |
| tweede persoon | informeel | jednáš | jednáte |
| formeel | jednáte | ||
| derde persoon | jedná | jednají | |
- Oude schrijfwijze: jednati imperfectief