jeannette
Uiterlijk
- jean·net·te
- uit het Frans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jeannette | jeannetten |
| verkleinwoord |
de jeannette m
- (scheldwoord) homofiele man
- ▸ Ook een ander homokoppel dat in hetzelfde gebouw in de Scandinaviëstraat woont, is burgerlijke partij in de zaak. ‘Zij worden op niet-aflatende wijze uitgemaakt voor vuile homo’s en jeannetten. Ook zij zijn herhaaldelijk bespuwd door mevrouw’, aldus de advocaat.[1]
- Het woord jeannette staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "jeannette" herkend door:
| 74 % | van de Nederlanders; |
| 75 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron cma“Parket vraagt celstraf voor duo dat Gents homokoppel in elkaar sloeg” (28/11/2018), De Standaard - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be