Naar inhoud springen

jean-foutre

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  jean-foutre     le jean-foutre     jean-foutre     les jean-foutre  

jean-foutre m

  1. (spreektaal) janlul, jandoedel, lummel
    «‘Un dragon qui n'est pas mort à trente ans est un jean-foutre’, nous disait le général.»
    Een cavalerist die op zijn dertigste niet dood is, is een niksnut’, zei de generaal tegen ons. [1]