jasmijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jas·mijn
enkelvoud meervoud
naamwoord jasmijn jasmijnen
verkleinwoord jasmijntje jasmijntjes

Zelfstandig naamwoord

jasmijn v/m

  1. (plantkunde) een stuikgewas uit het geslacht Jasminum, met name Jasminum officinale, behorende tot de olijffamilie (Oleaceae)
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie