jarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jarig met het achtervoegsel -e.
enkelvoud meervoud
naamwoord jarige jarigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jarige v/m

  1. iemand die jarig is
    • Hij bracht een bloemetje voor de jarige. 
  2. iemand die een bepaalde leeftijd heeft
    • Dit spel is voor 6- tot 10-jarigen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

jarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van jarig

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.