jarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zijn geboortedag herdenkend’ voor het eerst aangetroffen in 1714 [1]
  • Afgeleid van jaar met het achtervoegsel -ig. [2]
stellend
onverbogen jarig
verbogen jarige
partitief jarigs

Bijvoeglijk naamwoord

jarig

  1. iemand is jarig tijdens zijn verjaardag
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Je bent nog niet jarig.
  • Duits wenn du das machst, kannst du dich auf etwas gefasst machen!
  • Engels Then you are in no end of a mess
  • Engels Then you are in big trouble
  • Spaans Estarás bueno
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen