jankte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jank·te

Werkwoord

vervoeging van
janken

jankte

  1. enkelvoud verleden tijd van janken
    • Ik jankte. 
    • Jij jankte. 
    • Hij, zij, het jankte.