jambe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jam·be
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jambe jamben
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jambe v / m [2]

  1. (letterkunde) versvoet van een onbeklemtoonde lettergreep, gevolgd door een beklemtoonde
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  jambe     la jambe     jambes     les jambes  

Zelfstandig naamwoord

jambe v

  1. (anatomie) been