jaloers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·loers
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naijverig’ voor het eerst aangetroffen in 1300 [1]
  • Afkomstig van het Franse jaloux.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen jaloers jaloerser jaloerst
verbogen jaloerse jaloersere jaloerste
partitief jaloers jaloersers -

Bijvoeglijk naamwoord

jaloers

  1. een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

jaloers

  1. jaloers, afgunstig
Schrijfwijzen
Verwante begrippen