Naar inhoud springen

jaloers

Uit WikiWoordenboek
  • ja·loers
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naijverig’ voor het eerst aangetroffen in 1300 [1]
  • Afkomstig van het Franse jaloux.
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen jaloersjaloerserjaloerst
verbogen jaloersejaloerserejaloerste
partitief jaloersjaloersers-

jaloers

  1. een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
     Mentaal sterke mensen: .... Zijn niet jaloers op het succes van anderen;[2]
     Luciente is jaloers op Bolivar die een relatie met haar minnaar Jackrabbit heeft.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. "jaloers" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

jaloers

  1. jaloers, afgunstig