jaknikker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·knik·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jaknikker jaknikkers
verkleinwoord jaknikkertje jaknikkertjes

Zelfstandig naamwoord

jaknikker m

  1. iemand die de eigen mening niet uitspreekt
    • Dat bestuur zit half vol met jaknikkers. 
  2. een pomp met een tegengewicht die constant op en neer gaat
    • Hij fietste elke ochtend langs de jaknikkers. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie