jachtwachter
Uiterlijk
- Geluid: jachtwachter (hulp, bestand)
- IPA: / jɑxtwɑxtər / (3 lettergrepen)
- jacht·wach·ter
- samenstelling van jacht zn en wachter zn als leenvertaling van Frans garde-chasse [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jachtwachter | jachtwachters |
| verkleinwoord | - | - |
de jachtwachter m
- (beroep) iemand die toeziet op naleving van de jachtwet
- ▸ De jacht is natuurlijk niet geoorloofd. Er zal ons een jachtwachter op de hielen zitten, Bennie heeft hem mij al getoond, hij zwerft rond de hoeve, elke dag, als een vogelschrik of als een geklede reiger, een doodversleten, doodmoede man met rijlaarzen en een tweeloop op de schouder, hij heeft waarschijnlijk in geen twintig jaar een stroper gevat.[2]
- Dit is Belgisch-Nederlands, maar ook in België geen standaardtaal. [3]
- Het woord jachtwachter staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [3]
- 4
- frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [3]
- 6
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ De metsiers in: Ludo Permentier & Rik SchutzTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, jachtwachter
- 1 2 3 Ludo Permentier & Rik Schutz“Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, jachtwachter
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal