jachthaven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

De jachthaven van Pittsburg
Uitspraak
Woordafbreking
  • jacht·ha·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jachthaven jachthavens
verkleinwoord jachthaventje jachthaventjes

Zelfstandig naamwoord

jachthaven v/m

  1. (scheepvaart) haven voor pleziervaartuigen
    • De boten liggen afgemeerd in de jachthaven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie