ivoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ivoor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘materiaal van slagtanden’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ivoor -
verkleinwoord ivoortje ivoortjes

Zelfstandig naamwoord

ivoor o of m

  1. wit materiaal afkomstig van de slagtanden van vooral de olifant
  2. kleur die donkerder is dan beige maar lichter dan bruin met RAL-code 1014
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen