isometrie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • iso·me·trie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkheid van maat’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • met het voorvoegsel iso- en met het achtervoegsel -metrie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord isometrie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

isometrie v

  1. gelijkheid van maat of vorm
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen