irritant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ir·ri·tant
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen irritant irritanter irritantst
verbogen irritante irritantere irritantste
partitief irritants irritanters -

Bijvoeglijk naamwoord

irritant

  1. in hoge mate vervelend
    • Dit is de irritantste persoon die ik ooit gezien heb. 
     De meeste vakantiegangers nemen de Autoroute du Soleil, een ongezellige snelweg met irritante tolpoorten en karakterloze wegrestaurants.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant

Frans

  enkelvoud meervoud
  mannelijk   irritant irritants
  vrouwelijk   irritante irritantes

Bijvoeglijk naamwoord

irritant

  1. irritant