ironisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • iro·nisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ironisch ironischer
verbogen ironische ironischere
partitief ironisch ironischers -

Bijvoeglijk naamwoord

ironisch

  1. iets in een merkwaardig of lachwekkend daglicht stellend
    Zijn ironische opmerking maakte het moeilijk ons gezicht in de plooi te houden.
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie