inzamelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·za·me·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inzamelen
zamelde in
ingezameld
zwak -d volledig

Werkwoord

inzamelen

  1. bijeenbrengen
    • De ingezamelde som verbaasde iedereen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.