inwachten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·wach·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inwachten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inwachten
wachtte in
ingewacht
zwak -t volledig
  1. wachten op iets dat nog gebeuren moet
     Misschien dat onze kerkdiensten ook te weinig momenten van stilte kennen. Het inwachten van het spreken van God in het ”suizen van een zachte stilte”. Kerkdiensten als concentratiemomenten voor het leven. Laat ons de rustdag wijden.[1]
     Verneirt hoopt dat het niet blijft bij de zeven banen die de Vlaamse regering nu heeft aangekondigd. In feite is het ook nog niet zeker dat ze er komen. Er is een technische werkgroep opgericht, die kandidaturen inwacht.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
35 % van de Vlamingen.[3]


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron dr. M. J. Kater “Gemis aan bezieling leidt tot lege kerkdienst” (27-06-2015), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron “Krapte op de golfmarkt” (31/07/2006), De Standaard
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be