invierno

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·vier·no
enkelvoud meervoud
invierno inviernos

Zelfstandig naamwoord

invierno m

  1. winter

Werkwoord

vervoeging van
invernar

invierno

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van invernar