investeerder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ves·teer·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord investeerder investeerders
verkleinwoord investeerdertje investeerdertjes

Zelfstandig naamwoord

investeerder m

  1. iemand die ergens geld, tijd en/of moeite in steekt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be