inverter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ver·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inverter inverters
verkleinwoord invertertje invertertjes

Zelfstandig naamwoord

inverter m

  1. apparaat dat een omkering (inversie) of andere essentiële verandering veroorzaakt te onderscheiden in:
  2. (wiskunde) (digitale techniek) maakt van een 0 een 1 en omgekeerd
  3. (elektrotechniek) omzetter van gelijkstroom naar wisselstroom
  4. (elektrotechniek) verandert de frequentie van een signaal
Verwante begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

inverter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van invert

Meer informatie

Gangbaarheid