inventiviteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ven·ti·vi·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inventiviteit inventiviteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inventiviteit v [1]

  1. het inventief zijn, vindingrijkheid

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen