intuïtie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tuï·tie, in·tu·itie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ingeving’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • Naamwoord van handeling van intueren met het achtervoegsel -tie met het invoegsel -i-
  • afgeleid van het Franse intuition of daarvoor van het Latijnse 'intuitio'
enkelvoud meervoud
naamwoord intuïtie intuïties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

intuïtie v

  1. direct inzicht zonder nadenken (of waarnemen)
Verwante begrippen
  1. intuïtief, intuïtionisme
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen