introspectief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tro·spec·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen introspectief introspectiever introspectiefst
verbogen introspectieve introspectievere introspectiefste
partitief introspectiefs introspectievers -

Bijvoeglijk naamwoord

introspectief

  1. van de aard van, behorend tot de introspectie
    • bij introspectieve poëzie houdt de dichter zich veel bezig met de eigen gedachten en gevoelens 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.