introspectief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tro·spec·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen introspectief introspectiever introspectiefst
verbogen introspectieve introspectievere introspectiefste
partitief introspectiefs introspectievers -

Bijvoeglijk naamwoord

introspectief

  1. van de aard van, behorend tot de introspectie
    • bij introspectieve poëzie houdt de dichter zich veel bezig met de eigen gedachten en gevoelens 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be