intron
Uiterlijk
- in·tron
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | intron | introns (intronen) |
| verkleinwoord | intronnetje | intronnetjes |
het intron o
- (biologie) stukje DNA dat zich bevindt in een gen maar dat niet wordt gebruikt om het eiwit te coderen
- Kunt u mij nog een keer uitleggen wat een intron is?
- Het woord intron staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "intron" herkend door:
| 13 % | van de Nederlanders; |
| 12 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- kofferwoord van intragenic bn region zn
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| intron | introns |
intron
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 13 %
- Prevalentie Vlaanderen 12 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 6
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Biologie in het Engels