intrinsiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·trin·siek
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen intrinsiek intrinsieker intrinsiekst
verbogen intrinsieke intrinsiekere intrinsiekste
partitief intrinsieks intrinsiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

intrinsiek [2]

  1. (medisch) wezenlijk, innerlijk
  2. intrinsieke motivatie: motivatie die vanuit de persoon zelf komt en niet vanuit de omgeving wordt opgedrongen
  3. intrinsieke waarde van munt geld: de waarde van het metaal waarvan de munt gemaakt is
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal