intrare

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Latijn

stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
intrāre intrō intrāvī intrātum
eerste vervoeging volledig

Werkwoord

intrāre

  1. ingaan, binnengaan, betreden, indringen (met in, ad of intra + accusatief of enkel + accusatief); overgankelijk: indringen;
  2. doorstoten

Verwijzingen

  • s.v. intro, in J.B. Kan - H.P. Schröder (ed.), Latijnsch-Nederlandsch Woordenboek, Utrecht, 1864, p. 276.