intransitief werkwoordje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tran·si·tief werk·woord·je

Zelfstandig naamwoord

intransitief werkwoordje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord intransitief werkwoord