intramuraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tra·mu·raal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen intramuraal intramuraler intramuraalst
verbogen intramurale intramuralere intramuraalste
partitief intramuraals intramuralers -

Bijvoeglijk naamwoord

intramuraal

  1. binnen de muren (van een ziekenhuis of andere inrichting) plaatshebbend
Antoniemen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
77 % van de Vlamingen.