intimi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ti·mi

Zelfstandig naamwoord

intimi mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord intimus

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.