intern

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tern
stellend
onverbogen intern
verbogen interne

Bijvoeglijk naamwoord

intern

  1. binnen, inwendig
    Het virus bevindt zich in het interne milieu.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen