integratie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·te·gra·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord integratie integraties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

integratie v

  1. het integreren d.w.z. het opnemen in een (harmonisch) geheel
  2. (economie) het samenbrengen in één bedrijf van alle productiestadia
  3. (wiskunde) het proces van het integreren, het bepalen van een integraal
  4. (politiek) het doen samengaan van twee voorheen gescheiden bevolkingsgroepen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie