inteendeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Bijwoord

inteendeel

  1. integendeel
    «Inteendeel, ons sal graag met hom saamwerk in die toekoms, as hy belangstel.»
    Integendeel, we zullen graag met hem samenwerken in de toekomst, als hij daar belang in stelt.