intérim
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| intérim | l'intérim | intérims | les intérims |
intérim m
- periode waarin een functie niet is ingevuld en wordt uitgeoefend door een vervanger; overbruggingstijd, interim
- (economie) uitzendbaan; tijdelijk werk; interim