instructief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·struc·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord instructief instructieven
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

instructief m

  1. (taalkunde) naamval die het gebruikte middel aanduidt
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen instructief instructiever instructiefst
verbogen instructieve instructievere instructiefste
partitief instructiefs instructievers -

Bijvoeglijk naamwoord

instructief

  1. instructies bevattend, leerzaam
    Opmerkingen die een instructief karakter hadden.
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie