insteken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ste·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
insteken
stak in
ingestoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

insteken

  1. overgankelijk een scherp voorwerp inbrengen
    • Als je de naald eenmaal ingestoken hebt, kun je de draad er gemakkelijk doorrijgen. 
  2. absoluut ingebracht zitten
    • Ik gaapte vol ongeloof naar de onderkant van mijn linkervoet, waar een hoop naalden instaken. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Insteken, omslaan, doorhalen en af laten gaan.
De basishandelingen van het breien.

Zelfstandig naamwoord

insteken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord insteek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.