insolide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·so·li·de
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van solide met het ontkennend voorvoegsel in-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen insolide insolider
verbogen insolidere
partitief insolides insoliders -

Bijvoeglijk naamwoord

insolide

  1. niet betrouwbaar
    • Is het vasthouden aan traditie, iets ánders dan 't gelovig staren op de pruiken van 't voorgeslacht? Zien we niet byna overal eigen oordeel vervangen door het zweren by de woorden eens Meesters, dien wy - indien hy nog leefde, en zich aanmeldde om wat krediet - als insolide de deur wyzen zouden? [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen