insmeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sme·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
insmeren
smeerde in
ingesmeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

insmeren

  1. overgankelijk bedekken met een dunne laag olie of zalf
    • Ben je al ingesmeerd met zonnebrandolie? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.