insistes
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| insister |
insistes
- tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van insister
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van insister
| vervoeging van |
|---|
| insistir |
insistes
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van insistir