insertie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ser·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord insertie inserties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

insertie v

  1. (medisch) aanhechting
Vertalingen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be