inschrijfgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·schrijf·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inschrijfgeld inschrijfgelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inschrijfgeld o [1]

  1. (economie) geld dat men moet betalen als men wil deelnemen aan een activiteit (zoals bijvoorbeeld een cursus of wedstrijd), of ergens lid van wil worden
    • De Webbys zijn boven alles een marketing-evenement. Gerenommeerde internet- en mediabedrijven als Google (16 keer genomineerd), Vice (15), de BBC (12), The New York Times (9) en Buzzfeed (7) nemen een aanzienlijk deel van de nominaties voor hun rekening. Deelnemers betalen een behoorlijk bedrag om mee te doen; de organisatie verdient ieder jaar zo’n drie miljoen dollar aan inschrijfgeld alleen. Meedoen kost minstens 295 dollar. Voor categorieën die specifiek op advertenties zijn gericht (zoals ‘best use of native advertising’) kan dat oplopen tot 495 dollar. Weggegooid geld voor wie buiten de boot valt - maar voor de genomineerden en winnaars een schijntje. Een Webby levert publiciteit op.[2] 
    • Als het aan Frans Heijn ligt zal de uitspraak van de hoogste bestuursrechter ook financiële consequenties hebben voor de gemeente. 'Alleen voor die hele gewogen toetreding hebben we gezamenlijk al vijf ton aan inschrijfgeld moeten betalen.'[3]  
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Daan Kool 6 april 2017
  3. Volkskrant Tjerk Gualthérie Van Weezel 7 juni 2017