inscharing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·scha·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inscharing inscharingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inscharing m

  1. (waterbeheer) afbrokkeling van een oever door uitschuring door de stroming
     In de brief aan rijkswaterstaat [sic!] wijst het waterschap op het feit, dat in de Eendragtpolder de oever al enkele jaren met enige meters per jaar afneemt door inscharing.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 15-12-2021 Weblink bron Waterschap: rijk moet oeverwerken uitdiepen Westerschelde betalen (26 februari 1985) in: Provinciale Zeeuwse Courant op Wikipedia, blz 26