innenriksminister

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·nen·riks·mi·nis·ter
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

innenriksminister m

  1. (politiek), (regering) minister van Binnenlandse Zaken
    «I 2005 ble Wolfgang Schäuble utnevnt til innenriksminister i Angela Merkels regjering.»
    In 2005 werd Wolfgang Schäuble benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken in de regering van Angela Merkel.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   innenriksminister     innenriksministeren     innenriksministere
innenriksministre
innenriksministrer  
  innenriksministerne
innenriksministrene  
genitief   innenriksministers     innenriksministerens     innenriksministeres
innenriksministres
innenriksministrers  
  innenriksministernes
innenriksministrenes  
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen