inmenging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·men·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inmenging inmengingen
verkleinwoord inmenginkje inmenginkjes

Zelfstandig naamwoord

inmenging v

  1. toevoeging, meer in het bijzonder: toevoeging op zo'n manier dat het toegevoegde niet meer te onderscheiden is
    • Oorzaken van betonschade zijn bijvoorbeeld aanrijdschade, inmenging van schadelijke stoffen in de betonmortel of uitvoeringsfouten tijdens de bouw. [1]
    • De Nederlandse man is door inmenging van de diverse culturen meer op zijn uiterlijk gaan letten (...) [2]
  2. bemoeienis, het zich inlaten met kwesties waar men eigenlijk geen zeggenschap over heeft of waar dat niet vanzelfsprekend is
    • Vergeef mij deze inmenging in een aangelegenheid, waar ik slechts zijdelings bij betrokken ben en die mij eigenlijk niet aan gaat. [3]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] inmenging in binnenlandse aangelegenheden
interventie in interne kwesties van een andere staat, die daarover alleen zeggenschap wil hebben[4]

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen