inmengen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·men·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inmengen
mengde in
ingemengd
zwak -d volledig

Werkwoord

inmengen

  1. geleidelijk toevoegen op zo'n manier dat het toegevoegde in het geheel opgaat en daarin niet meer is te onderscheiden
    • Microvezels zijn dunne vezels, dun zoals mensenharen, die je kan inmengen in het beton. [1]
  2. wederkerend bemoeien met zaken waar men niet over gaat, waar men niet vanzelfsprekend bij betrokken is
    • Het artikel bepaalt momenteel dat onder meer provinciegouverneurs en burgemeesters die zich inmengen in de uitoefening van de wetgevende macht, gestraft kunnen worden met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en een geldboete. [2]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] inmengen in binnenlandse aangelegenheden
zich bezighouden met interne kwesties van een andere staat, die daarover alleen zeggenschap wil hebben[3]

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen