inlevingsvermogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·le·vings·ver·mo·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inlevingsvermogen inlevingsvermogens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inlevingsvermogen o [1]

  1. de kunde of vaardigheid om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen
    • ,,Het is vaak lastig feiten en verzinsels van elkaar te onderscheiden. Nuance en inlevingsvermogen lijken bij voorbaat het onderspit te delven en Twitter maakt het debat soms bitter."[2] 
    • Pam merkt op dat iemand met inlevingsvermogen 'geneigd is om bij een conflict niet onmiddellijk de ander de kop in te slaan'. Dat klopt. De hele krijgskunst van Sun Tzu draait om het vermijden van ónmiddellijke'reacties en de manipulatie van de tegenstander tot aan het punt waar die zijn verplettering niet meer kan verhoeden.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia uit de kersttoespraak van koning Willem-Alexander Kees Graafland 25-DECEMBER-2017
  3. Volkskrant 21 december 2017