inlaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·laag
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van inleggen
enkelvoud meervoud
naamwoord inlaag inlagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inlaag v / m [1]

  1. inleg (gestorte geldsom), het inleggen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen