inkwartieren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·kwar·tie·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inkwartieren
kwartierde in
ingekwartierd
zwak -d volledig

Werkwoord

inkwartieren

  1. (overgankelijk) iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning
    De soldaten waren daar enige tijd ingekwartierd tot het bevel kwam om zich naar het front te begeven.
Vertalingen